Implementatie van Zorgdomein
De huidige samenwerkingsrelatie tussen huisartsen en specialisten kent tal van gebreken. In de literatuur wordt onder meer een gebrekkige kwaliteit van verwijzingen door huisartsen genoemd, evenals een gebrek aan de tijdigheid en bruikbaarheid van retourberichten van medisch specialisten. Informatie over de gezondheidstoestand van de patient en de eventueel ingezette behandeling is slecht verspreid over de verschillende plekken waar de patient onder behandeling is en dit komt de kwaliteit van de geleverde zorg niet ten goede. In Zuidoost Brabant is in 2004 een project gestart waarbij een verbetering van de communicatie tussen huisartsen en medisch specialisten wordt nagestreefd door de introductie van een op internettechnologie gebaseerde verwijsapplicatie.
Met het project ZorgDomein zoals dat momenteel gestalte krijgt in de regio Zuidoost Brabant, wordt geprobeerd om aan deze problemen tegemoet te komen. ZorgDomein is ontwikkeld door Plexus Medical Group (PMG) als een ICT-applicatie om de communicatie tussen huisartsen en specialisten te optimaliseren. Het doet dit door het transmurale zorgtraject niet te organiseren rond zorgverleners, maar rond patientengroepen. Waar mogelijk worden voor deze zorgprogramma's combinaties gemaakt van consulten met specialisten en ziekenhuisdiagnostiek. Dat betekent dat de logistieke processen in het ziekenhuis kunnen worden aangepast aan deze vooraf gedefinieerde patientenstromen. Geintegreerde planning wordt mogelijk. Met name voor de combinatie-afspraken zijn in de betrokken ziekenhuizen poliklinische zorgprogramm's ontwikkeld die het mogelijk maken dat patienten bijvoorbeeld diagnostiek en consult op een hetzelfde dagdeel kunnen hebben, hetgeen een aanzienlijke vermindering van de interne wachttijden met zich mee kan brengen.
Voor alle verwijzingen worden protocollen ontwikkeld in werkgroepen van specialisten en huisartsen waarin criteria worden vastgelegd voor de verwijzing en voor de taakverdeling tussen huisarts en specialist. Die taakverdeling betreft dan bijvoorbeeld het verrichten van aanvullende diagnostiek in de 1e lijn of het aldaar verrichten van het vervolg van de behandeling. Daarnaast kunnen afspraken tussen specialisten en huisartsen worden gemaakt over een betere informatievoorziening, bijvoorbeeld op welke momenten welke informatie wordt opgenomen in de retourbrieven. Gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde verwijsbrieven, gebaseerd op een nationaal vastgestelde richtlijn (NHG, COSIM, and CSIZ 2000), maar aangepast aan locale routines. ZorgDomein is gekoppeld aan de meest gebruikte Huisarts Informatie Systemen (HIS) en trekt informatie uit dat systeem om brieven te genereren. Koppeling met de Ziekenhuis Informatie Systemen (ZIS) is nog niet gerealiseerd, maar met behulp van aanvullende software kunnen standaard retourbrieven worden verstuurd van specialist naar huisarts.
Een huisarts die een patient wil verwijzen start ZorgDomein op (dat wil zeggen, logt vanuit het HIS in op de centrale ZorgDomein server), kiest voor een specialisme en kan dan het zorgaanbod zien van alle aangesloten ziekenhuizen in de regio. Dit betreft alle mogelijke verwijzingen, de criteria waaraan de verwijzing dient te voldoen en de huidige toegangstijden tot de polikliniek. Een verwijzing geschiedt in twee stappen. In de eerste stap wordt een kort bericht aan het betreffende ziekenhuis verzonden waarin het soort verwijzing, de naam van de huisarts en een uniek nummer is opgenomen. Dit Zorgdomeinnummer wordt ook aan de patient gegeven die naar het ziekenhuis kan bellen om een afspraak te maken. Behalve het nummer krijgt de patient ook direct patienteninformatie mee, zowel medisch inhoudelijke informatie als informatie over het traject dat hem of haar in het ziekenhuis te wachten staat. In een tweede stap maakt de huisarts de eigenlijke verwijsbrief, waarin de medische informatie van de patient alsmede de reden om te verwijzen wordt gespecificeerd. Deze verwijsbrief kan zowel tijdens het consult als daarna worden gemaakt. Aan de kant van het ziekenhuis betekent dit dat informatie over zowel de patient als over het soort verwijzing al vroegtijdig bekend is.
De ervaringen met het werken van ZorgDomein zijn tot nu toe overwegend positief. De huisartsen waar het programma is geimplementeerd en die een training hebben gehad in het werken met ZorgDomein doen (vrijwel) al hun verwijzingen inderdaad middels het programma en ook medisch specialisten maken inmiddels veel gebruik van de mogelijkheid om retourbrieven elektronisch te verzenden. Dat wil uiteraard niet zeggen dat alles vlekkeloos verloopt: tal van problemen doen zich nog voor waarvan naar verhoopt velen als opstartproblemen kunnen worden gezien.
Bij het intoduceren van Zorgdomein binnen een organisatie zoals een poli is het van belang om vanaf het begin aan een integrale implementatie te werken. Het risisco is namelijk dat de medewerkers van een poli het als een apart traject gaan zien: Zorgdomein en alle andere afspraken die op een poli worden gemaakt. Omdat men dit in het hoofd als een apart- i.p.v. een integraal traject gaat zien zal dit op den duur conflict situaties gaan geven. Het is een afspraak als ieder ander maar er is duidelijkheid over de verwijsreden en er zijn afspraken gemaakt binnen welke termijn de afspraak moet plaats vinden. De organisatie rond de afspraken maakt het of de afspraken die binnen Zorgdomein zijn gemaakt ook passen naast de andere afspraken die op de poli woren gemaakt.
De retourbrieven aan de huisarts is een ander punt van aandacht. Wie kent de stapels met gedicteerde brieven die liggen te wachten op controle van de dicteerder. In Zorgdomein is het juist van belang om elkaar zo spoedig mogelijk te informeren via ICT. Een antwoord van de specialist kan in zulke gevallen niet lang op zich blijven wachten. Echter op verschillende poli's zal deze brief net als de andere worden gemaakt en tussen de andere brieven in de stapel terecht komen. Een verandering van de organisatie moet hier plaatsvinden om de brieven sneller bij de huisarts te krijgen.
Daarnaast is van belang wat er gedicteerd wordt. Een beschouwend specialisme zal een veel langer verhaal aan de huisarts willen melden dan een snijdend specialisme. Een huisarts is de meeste gevallen als eerste geintresseerd in de samenvatting en pas daarna in de onderbouwing. De opbouw van het antwoord is dus van essentieel belang. Als deze pas an het einde staat zal de huisarts eerste de gehele brieven moeten doorscrollen om bij de samenvatting te komen. Dit wordt door veel huisartsen als inefficient gevonden.
Terug