Behandelrelatie in een EPD

Een patient die op de poli komt of zelfs wordt opgenomen krijgt een behandelrelatie met zijn behandelend specialist(en). Door deze behandelrelatie wordt het voor de specialist mogelijk om de medische gegevens van een patient in te zien. In de meeste gevallen zal de specialist het papieren dossier van de patient uit het medisch archief laten halen en deze gedurende de behandelrelatie bij zich houden. Alle relevante gegevens worden in het medisch dossier genoteerd en zullen vaak alleen voor de behandelaar inzichtelijk zijn. Zelf heeft de arts alleen toegang tot de gegevens die in het medisch dossier zijn opgenomen. In verschillende organisaties wordt door het medisch archief uit het patienten dossier een behandel dossier samengesteld. Deze bevat alleen de notities van het betreffende specialisme van de actueel behandelend arts. Alle andere notities blijven in het archief achter.
In een elelectronisch medisch dossier zitten alle relevante gegevens in het computersysteem en vertonen een gelijksoortige opzet.

Met de verre gaande informatisering en de vorming van EMD/EPD worden naar functionele structuren gezocht om die via een geautomatiseerd systeem te realiseren. Dan blijkt dat een patient op meerdere manieren een behandelrelatie kan krijgen. De hedendaagse systemen ondersteunen de verschillende werkprocessen van de specialist. Daaruit blijkt dat de behandelaar en patiƫnt op een vijftal manieren in relatie kan worden gebracht:

1) Poliklinisch: De patient maakt een afspraak voor een poliklinisch bezoek. De afspraak wordt in de agenda van de specialist gezet. Op de afgesproken datum en tijd verschijnt de patient op het spreekuur. Wanneer de patient in de spreekkamer zit hoort de behandelaar over alle relevante patientengegevens te beschikken. Dit hoort een muisklik te zijn waarbij de patient op de context wordt gezet en dat afhankelijk van de autorisatie van de behandelaar de medische gegevens getoond;

2) Klinisch: De patient ligt opgenomen. Uit de lijst met opgenomen patiƫnten (overzicht van de bedbezetting) wordt de patient geselecteerd en de gegevens getoond. In de klinische priode kan de periode op de OK worden meegerekend. Hier kan namelijk een tijdelijke behandelrelatie met een assisterend specialisme bestaan;

3) Spoed eisende hulp (SEH): De patient meldt zich na een incident voor een behandeling bij de SEH van een ziekenhuis. Op het moment dat deze daar is ingeschreven kan de behandelaar de medisch gegevens ophalen en op het scherm tonen;

4) Consulten: De (hoofd)behandelaar van een patient vraagt een andere behandelaar in consult en/of medebehandeling. Hiervoor kan een (hoofd)behandelaar een opdracht (order) bij een ander specialisme/specialist indienen. Deze order komt op de orderlijst van het ingeroepen specialisme terecht. Door het selecteren en accepteren van de order krijgt het ingeroepen specialisme/specialist toegang tot de opgeslagen medisch gegevens van de patient;

5) Incidenteel: In bepaalde gevallen kan de specialist gegevens van een patient willen opvragen. Door het invoeren van enkele kenmerken in het patient-zoek-scherm worden de gegevens getoond.

Huidige EMD, EPD of ZIS hebben die mogelijkheden maar gebruikers zijn zich van het bestaan niet bewust.

Terug